Het maken van een tekening op de lithosteen of de aluminium plaat is zeer eenvoudig. Vet krijt of vette tekeninkt ('tusche') wordt aangebracht op de steen of plaat, de zaak moet wel even drogen en het prepareren kan beginnen. Bij hoog- en diepdruk is het lastig om zogenaamde halftonen te maken. Bij linosnede snij je weg wat geen inkt mag opnemen en de afdruk is vrij hard: er zijn delen die gekleurd zijn van de inkt en delen die wit blijven. Die duidelijke scheiding tussen wel en niet afdrukkend noem ik voor het gemak maar zwart-wit. Een kleur of toon daar tussenin is moeilijker te maken. Je zou kunnen arceren met een hele dunne guts om de suggestie van een halftoon te wekken. Bij etsen is dat weer wat makkelijke. Etsen is de arceertechniek bij uitstek en zo kun je halftonen maken. Kijk maar eens naar de etsen van Rembrandt. Die bestaan allemaal uit hele fijne lijntjes die op afstand het idee van vlakken in verschillende tonen geven.
Bij Lithografie kunnen halftonen nog mooier worden. Als er met krijt wordt getekend, en de oppervlakte van de steen heeft een lichte grein, dan kun je door langer of korter te tekenen op een plek donkere of juist lichtere partijen maken. Werk je met tekeninkt, dan kun je die verdunnen zodat op bepaalde plaatsen minder vet zit zodat daar ook minder inkt wordt opgenomen.
Het drukken van een beeld dat is getekend met krijt is over het algemeen wat makkelijker dan die getekend met tusche. Krijttekeningen zijn wat grover en je kunt zo'n steen wat steviger prepareren. Een tekening die is opgebouwd in verschillende oplossingen inkt is veel kwetsbaarder en moet voorzichtig worden geprepareerd. Dan komt de drukvaardigheid van de drukker om de hoek kijken om het beeld zo lang mogelijk stabiel te houden.



